ENIGE HISTORISCHE NOTITIES OVER EN ROND HET PERCEEL OOSTERHOUTSTRAAT 9-B TE ASSEN

Op 20 december 1820 kwam bij een openbare veiling in het logement van Jacob Donker te Assen de heer Eerke Alberts Smidt, negociant in wijnen aldaar, in het bezit van de z.g. “Deurwaarderskamp” aan het “Gangje”, zoals de koopact meldt (dit is het zandpad, dat, veel later, bestraat werd en toen de naam Oosterhoutstraat kreeg).

Uit de koopakte valt op te maken, dat het land ongeveer lag tussen de tegenwoordige aan Zuidhaege staande eengezinswoningen en het huidige kantoorpandje op nummer 9-D. De oostelijke grens van het verkochte land van het verkochte land was ongeveer de tegenwoordige Burg. Gratamastraat (zie ook kadastrale kaart uit 1832).

homeimg

De verkoper van genoemd perceel land was mr. Johannes Hendrikus Petrus van Lier, president van de rechtbank te Assen. Verwanten van de familie van Lier wonen nog op huize “Overcingel”. Ze heten thans van Lier Lels.

Het land bleef in eigendom bij de familie Smidt tot 31 oktober 1907. Op die dag kocht Lammert Berenschot, tuinier te Assen, het perceel van Eerke Albert Smidt en Maria Lamberdina Johanna Swaters van Schaumburg, “ehelieden” te Den Haag.

Genoemde Berenschot was, na aanvankelijk tuinman bij de Commissaris des Konings te zijn geweest (de Gouverneurstuin is – zij het zeer veranderd – nog aanwezig) in 1883 voor zichzelf begonnen met een kwekerij van groenten en – later – vooral bloemen en planten. Het in 1883 gebouwde huis is dat op no. 11 aan de Oosterhoutstraat. De in de jaren 20 tegen dit huis gebouwde bloemenwinkel is thans een kantoortje. In 1914 kwam de kwekerij op naam van Albertus Berenschot, de oudste zoon van voormelde Lammert, te staan. Deze heeft dan reeds vele jaren meegewerkt in de kwekerij. 

In 1935 besloten Albertus Berenschot en zijn vrouw Bouwina Bakker een gedeelte van de tuingrond aan de Oosterhoutstraat rendabeler te maken door daarop een dubbele woning te laten bouwen. Dit geschiedde in 1936 onder leiding van de architect J.H. van Houten, van wie in Assen verschillende ontwerpen zijn gerealiseerd.

Kapitein C.W. van Meurs en zijn vrouw waren de eerste huurders van de woning no. 9-C. Na zijn overlijden bleef zijn vrouw er wonen. In totaal heeft zij er ongeveer 40 jaar gewoond. Sedert de oorlogsjaren werd een deel van die woning onderverhuurd.

De woning no 9-B werd eerst verhuurd aan een familie van der Leij. De heer van der Leij was hoofd van de toenmalige lagere school aan de Rode weg. Na vertrek van deze familie enige jaren later volgde een zekere Wijdieks als huurder, een militair arts, die ook wel aan huis spreekuur hield (de latere garderobe was de wachtkamer terwijl de spreekkamer boven was). Nadat deze laatste in mobilisatietijd was overgeplaatst stond de woning bij de inval van de Duitse troepen in mei 1940 leeg. De gemeente vorderde al spoedig het huis en gedurende het grootste deel van de oorlogsjaren waren de bewoners twee leiding gevende officieren van de Sicherheitsdienst alhier, t.w. J.D.A. Mählop uit Oldenburg en D.H.L. Ohlhoff uit Bremen. De huishouding werd gevoerd door een weduwe Doorten uit Lhee en van geboorte een Duitse.

In september 1944 waren de Duitse bewoners plotseling verdwenen. Kort daarna werd de nog geheel ingerichte woning betrokken door mevr. Senden en haar dochter afkomstig uit Den Haag. De grond werd moeder en dochter daar blijkbaar te heet onder de voeten en ze hadden zulke goede relaties bij de Duitse militairen dat deze een royale woonruimte voor hen beschikbaar stelden.

Direct na de komst van de Canadese troepen in april 1945 kon mevr. Berenschot met haar kinderen het huis betrekken onder beding dat ze een gedeelte van de woonruimte diende te verhuren. Haar man, Albertus Berenschot, is dan inmiddels overleden en de kwekerij is verpacht. Toen in 1954 mevr. Berenschot kleiner ging wonen konden haar zoon Lammert Berenschot en diens vrouw Webina Bruins met hun kinderen met toestemming van het huisvestingbureau de woning gaan bewonen, zij het voorlopig onder dezelfde voorwaarde als hiervoor vermeld. Dit in verband met de dan nog steeds heersende woningnood in Assen.

Sedert 1945 werd de eerste verdieping verhuurd, behalve de balkonkamer, later alleen de voorste kamer boven met de in 1945 tot keukentje omgebouwde badkamer. De huursters waren buitenhuis werkende jonge vrouwen, die maatschappelijk werkster waren bij het Medisch Opvoedkundig Bureau of bij de Stichting Opbouw Drenthe. In het begin van de jaren zestig is deze inwoning beëindigd.

In 1957 ging het grootste deel van de (verpachte) kwekerij in eigendom over aan het Wilhelmina ziekenhuis, dat een gedeelte van die grond nodig had i.v.m. de bouw van een zusterhuis. Deze bouw was ook aanleiding om het oorspronkelijke Oosterhoutje plm. 15 meter te verleggen in zuidelijk richting. 

Na het overlijden van mevr. Berenschot-Bakker kwam de woning Oosterhoutstraat 9-B in 1977 op naam te staan van Lammert Berenschot, die met zijn vrouw Webina Bruins het perceel verkocht aan Jan Pieter Volkers en Annemieke Plomp.


Assen, juli 1997 L. Berenschot (overleden 2002)